Linux heeft kwetsbaarheden verholpen in de IPv4 TCP stack en het IPv4 networking subsystem van de Linux kernel. De eerste kwetsbaarheid betreft een race condition in de IPv4 TCP stack die leidt tot een use-after-free van socketopties tijdens gelijktijdige TCP SYN retransmissies of request socket migraties. Dit kan resulteren in systeeminstabiliteit of geheugenbeschadiging. De oorzaak is het voortijdig vrijgeven van inet_opt en ireq_opt structuren.
De tweede kwetsbaarheid betreft een onjuiste validatie van checksum metadata in IPv4 pakketten, waardoor lokale aanvallers of onbetrouwbare gast-virtuele machines malformed checksum data kunnen gebruiken om willekeurige code op de host uit te voeren, systeemcrashes te veroorzaken of gevoelige informatie te lekken. Deze kwetsbaarheid, bekend als PwnEscape, maakt gast-naar-host ontsnapping mogelijk.
Hoewel door de complexiteit van misbruik en binnen de bekende distro's aanwezige aanvullende maatregelen, grootschalig misbruik niet waarschijnlijk is, zijn deze kwetsbaarheden in de linux-kernel toch opvallend, aangezien kwetsbaarheden in de netwerkstacks van de kernel een van de weinige soorten kwetsbaarheden zijn die op afstand en zonder voorafgaande authenticatie zijn te misbruiken, maar wel potentieel de kernel in gevaar brengen.
Dell heeft meerdere kritieke kwetsbaarheden verholpen in PowerProtect Data Domain, Data Domain Virtual Edition en Data Domain Management Center. De kritieke wetsbaarheden met kenmerk CVE-2026-103780, CVE-2026-86384, CVE-2026-86397 en CVE-2026-86400 in Dell PowerProtect Data Domain, hebben een CVSS-score van 9.8. Een niet-geauthenticeerde kwaadwillende kan deze kwetsbaarheden op afstand misbruiken om willekeurige opdrachten uit te voeren, inloggegevens te verkrijgen of accounts met verhoogde rechten aan te maken.
Daarnaast heeft Dell drie kritieke kwetsbaarheden verholpen in Data Domain Management Center. De kwetsbaarheden met kenmerken CVE-2026-103799 en CVE-2026-103792 hebben een CVSS-score van 9.6 en CVE-2026-90717 heeft een CVSS-score van 9.1. Een kwaadwillende met beperkte gebruikersrechten kan deze kwetsbaarheden op afstand misbruiken om ongeautoriseerde toegang tot beheerde systemen te verkrijgen, handelingen uit te voeren of verhoogde rechten te verkrijgen.
Dell heeft ook verschillende andere kwetsbaarheden verholpen. Misbruik hiervan kan onder andere leiden tot het uitvoeren van willekeurige opdrachten, het verkrijgen van verhoogde rechten, ongeautoriseerde toegang tot gegevens en verstoring van de dienstverlening.
Apple heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in macOS, met name in de versies Golden Gate 27.2, Sequoia 15.8.2, Tahoe 26.7.2 en Monterey 12.7.5. De kwetsbaarheden betroffen diverse beveiligingsaspecten binnen macOS, waaronder onvoldoende validatie van symbolische links (symlinks), onjuiste permissiecontroles, onvolledige autorisatiemechanismen, en fouten in geheugenbeheer zoals out-of-bounds reads en writes, use-after-free, buffer overflows, en race conditions. Deze fouten konden door lokale of remote aanvallers worden misbruikt om privileges te escaleren, sandbox-beperkingen te omzeilen, gevoelige gebruikersdata of kernelgeheugen te benaderen, of om denial-of-service condities te veroorzaken door onverwachte systeem- of applicatiecrashes.
Daarnaast werden problemen opgelost in Gatekeeper, de beveiligingscomponent die code-integriteit en app-verificatie afdwingt, waarbij bypasses werden voorkomen. Ook werden kwetsbaarheden in de verwerking van diverse bestandstypen zoals afbeeldingen, video’s, audio, fonts, PDF’s en ZIP-archieven aangepakt om geheugenbeschadiging en ongeautoriseerde code-uitvoering te voorkomen.
De fixes omvatten verbeterde validatie van invoer, strengere toegangscontroles, verbeterde geheugenbeheer en state management, en het versterken van sandbox- en privacymechanismen. De updates zijn ook doorgevoerd in andere Apple-platforms zoals tvOS, visionOS en watchOS, waarbij consistentie in beveiligingsverbeteringen werd nagestreefd.
Arista heeft een kritieke kwetsbaarheid verholpen in VeloCloud Orchestrator (VCO) On-Prem. De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2026-114625 heeft een CVSS-score van 9.9 en betreft SQL-injectie. Een geauthenticeerde kwaadwillende kan de kwetsbaarheid op afstand misbruiken om verhoogde rechten te verkrijgen en zich voor te doen als een lokale 'superuser operator'. Hierdoor kan de kwaadwillende toegang krijgen tot interne beheerfunctionaliteiten en mogelijk de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van het systeem en de beheerde gegevens aantasten.
Voor succesvol misbruik heeft een kwaadwillende toegang nodig tot de webinterface van VCO en een geldige gebruikerssessie. Een account met de laagste standaardrechten, Enterprise Read Only, is hiervoor voldoende. Volgens Arista is de kwetsbare functionaliteit standaard blootgesteld en kan dit niet via een configuratiewijziging worden verholpen.
Succesvol misbruik kan leiden tot het verkrijgen van administratieve rechten en toegang tot interne functionaliteiten die normaal gesproken niet op afstand bereikbaar zijn. Hierdoor kunnen ook de door VCO beheerde netwerkomgevingen risico lopen.
De kwetsbaarheid maakt het mogelijk voor elke geauthenticeerde gebruiker met minimaal een Enterprise Read Only-rol om remote code uit te voeren en privileges te escaleren naar operatorniveau. Hierdoor krijgt de gebruiker toegang tot interne superuserfuncties. Het product is standaard blootgesteld zonder configuratieopties om deze aanvalsvector te beperken. Er zijn meldingen van kwaadaardige IP-adressen die exploitatiepogingen uitvoeren, waaronder 74.82.197.86 en 38.54.50.151. Hosted VCO-instanties hebben reeds patches ontvangen om dit probleem te verhelpen.
Arista bevestigt dat de kwetsbaarheid actief wordt misbruikt. Het NCSC adviseert om de beveiligingsupdates met spoed toe te passen en kwetsbare systemen te onderzoeken op aanwijzingen voor eerdere compromittering.
Cisco heeft kwetsbaarheden verholpen in Secure Firewall ASA, Threat Defense en Management Center softwareproducten. Cisco heeft de kwetsbaarheden gegroepeerd naar acht verschillende kwetsbaarheidsklassen (CWE's) en aan iedere groep één CVE-kenmerk toegekend. De kwetsbaarheden betreffen verschillende beveiligingsproblemen, waaronder onvoldoende toegangscontrole, onjuiste verwerking van invoergegevens, fouten in beveiligingsmechanismen en onjuiste afhandeling van uitzonderingssituaties. Vier van de acht CVE-registraties hebben een CVSS-score van 9.0 of hoger.
De kwetsbaarheden met kenmerk CVE-2026-20329 en CVE-2026-20330 hebben beide een CVSS-score van 9.9. Voor beide kwetsbaarheidsklassen geldt dat misbruik via het netwerk mogelijk is met beperkte gebruikersrechten en zonder gebruikersinteractie. De kwetsbaarheden met kenmerk CVE-2026-20331 en CVE-2026-20332 hebben respectievelijk een CVSS-score van 9.6 en 9.0 en betreffen tekortkomingen in beveiligingsmechanismen en toegangscontrole.
Cisco meldt dat twee kwetsbaarheden binnen de categorie toegangscontrole actief worden misbruikt. Het betreft de eerder afzonderlijk gepubliceerde kwetsbaarheden CVE-2026-20079 en CVE-2026-20316 in Cisco Secure FMC. De kwetsbaarheden kunnen respectievelijk leiden tot het omzeilen van authenticatie en het verkrijgen van toegang met statische inloggegevens. Het NCSC heeft voor deze kwetsbaarheden reeds advisories uitgebracht.
Voor de overige kwetsbaarheden uit deze hardeningrelease meldt Cisco geen bekend actief misbruik.
Splunk heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Splunk Enterprise. In Splunk Enterprise zijn verschillende kwetsbaarheden aanwezig in versies eerder dan 10.4.4 (en enkele andere specifieke versies). Deze omvatten onder andere:
- onjuiste verificatie in de Data Management REST API waardoor gebruikers met bepaalde rollen toegang kunnen krijgen tot of verwijderen van SPL2 preview jobs en resultaten die zij niet bezitten
- onvoldoende limieten in request-header parsing in de JavaScript logger endpoint die een Denial-of-Service (DoS) kan veroorzaken
- misbruik van de REST API voor lookup table files door niet-admin gebruikers om DoS te veroorzaken
- onvoldoende toegangscontrole op de Edge Processor package download endpoint waardoor ongeauthenticeerde gebruikers overmatig resourcegebruik kunnen veroorzaken
- het uitvoeren van potentieel gevaarlijke SPL-commando's door gebruikers met schedule_search capability
- toegang tot mobiele alert notificatiegegevens door laaggeprivilegieerde gebruikers via onvoldoende autorisatie in App Key Value Store REST API
- uitvoering van willekeurige OS-commando's via onvoldoende restricties in Splunk Web Manager XML configuratie
- onbevoegde verplaatsing van field extractions of transformations naar niet-toegestane applicaties
- omzeilen van filterrestricties door gebruikers zonder admin of power rol via onjuiste verwerking van speciale karakters
- onbevoegde aanpassingen van sourcetype renaming configuraties
- uitschakeling van federated search providers door phishing van gebruikers met edit_federated_providers capability
- het afleiden van de PostgreSQL sidecar database superuser wachtwoord door niet-admin gebruikers via blootstelling in zoekjob logs.
Apple heeft kwetsbaarheden verholpen in iOS en iPadOS. De kwetsbaarheden betreffen diverse beveiligingsproblemen zoals onvoldoende validatie van symbolische links, onjuiste permissiecontroles, out-of-bounds lees- en schrijffouten, use-after-free fouten, integer overflows, race conditions, type confusion, en logische fouten in state management. Deze kunnen leiden tot ongeautoriseerde toegang tot gevoelige gebruikersdata, geheugenbeschadiging, onverwachte systeem- of applicatiecrashes, privilege escalatie, sandbox escapes, en denial-of-service condities.
Aanvallers kunnen deze kwetsbaarheden misbruiken door speciaal vervaardigde bestanden, netwerkverkeer, of webcontent aan te bieden, of door lokale toegang te hebben tot het apparaat. De kwetsbaarheden zijn aanwezig in verschillende versies van de genoemde Apple besturingssystemen en beïnvloeden onder andere de verwerking van afbeeldingen, video’s, audio, fonts, PDF-bestanden, webcontent, en systeemcomponenten zoals de Keychain, Bluetooth, en Thread-netwerk.
Er zijn geen specifieke proof-of-concept details vermeld, maar de beschrijvingen geven aan dat misbruik mogelijk is via diverse aanvalsvectoren.
Apple heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in macOS, met name in de versies Golden Gate 27.2, Sequoia 15.8.2, Tahoe 26.7.2 en Monterey 12.4. De kwetsbaarheden betroffen diverse beveiligingsaspecten binnen macOS, waaronder onvoldoende validatie van symbolische links (symlinks), onjuiste permissiecontroles, onvolledige autorisatiemechanismen, en fouten in geheugenbeheer zoals out-of-bounds reads en writes, use-after-free, buffer overflows, en race conditions. Deze fouten konden door lokale of remote aanvallers worden misbruikt om privileges te escaleren, sandbox-beperkingen te omzeilen, gevoelige gebruikersdata of kernelgeheugen te benaderen, of om denial-of-service condities te veroorzaken door onverwachte systeem- of applicatiecrashes.
Daarnaast werden problemen opgelost in Gatekeeper, de beveiligingscomponent die code-integriteit en app-verificatie afdwingt, waarbij bypasses werden voorkomen. Ook werden kwetsbaarheden in de verwerking van diverse bestandstypen zoals afbeeldingen, video’s, audio, fonts, PDF’s en ZIP-archieven aangepakt om geheugenbeschadiging en ongeautoriseerde code-uitvoering te voorkomen.
De fixes omvatten verbeterde validatie van invoer, strengere toegangscontroles, verbeterde geheugenbeheer en state management, en het versterken van sandbox- en privacymechanismen. De updates zijn ook doorgevoerd in andere Apple-platforms zoals tvOS, visionOS en watchOS, waarbij consistentie in beveiligingsverbeteringen werd nagestreefd.
HPE heeft 72 kwetsbaarheden verholpen in HPE Networking AOS-8 en AOS-10, waaronder Mobility Conductors, Mobility Controllers, Mobility Gateways en Access Points. De kwetsbaarheden betreffen verschillende beveiligingsproblemen, waaronder authenticatieomzeiling, command- en SQL-injectie, buffer-overflows en onvoldoende toegangscontrole. Van de in totaal 72 kwetsbaarheden zijn 33 als kritiek aangemerkt. Hiervan kunnen 19 volgens HPE Networking zonder authenticatie op afstand via het netwerk worden misbruikt. Voor de overige 14 kritieke kwetsbaarheden is volgens HPE Networking eveneens geen authenticatie vereist, maar moet de aanvaller toegang hebben tot een aangrenzend netwerk. Succesvol misbruik kan onder meer leiden tot het uitvoeren van willekeurige code, het verkrijgen van administratieve toegang, het wijzigen van configuraties, het uitlezen van gevoelige informatie en Denial-of-Service.
Van de 33 kritieke kwetsbaarheden hebben acht een CVSS-score van 10.0. De kwetsbaarheden met kenmerk CVE-2026-79844, CVE-2026-79845, CVE-2026-79846, CVE-2026-79847, CVE-2026-79848, CVE-2026-79849, CVE-2026-79850 en CVE-2026-79851 kunnen zonder authenticatie en gebruikersinteractie op afstand worden misbruikt. Zeven hiervan kunnen leiden tot het uitvoeren van willekeurige code. CVE-2026-79845 kan leiden tot het verkrijgen van administratieve toegang en het wijzigen of uitlezen van gevoelige gegevens. Voor sommige kwetsbaarheden gelden aanvullende voorwaarden. Hoewel CVE-2026-79844 en CVE-2026-79846 een CVSS-score van 10.0 hebben, vermeldt HPE dat misbruik afhankelijk kan zijn van voorwaarden buiten de controle van de aanvaller.
De kwetsbaarheden met kenmerk CVE-2026-79857 en CVE-2026-79860 in het PAPI-protocol van AOS-8, kunnen zonder authenticatie op afstand worden misbruikt door speciaal vervaardigde UDP-pakketten te versturen. Succesvol misbruik kan leiden tot het uitvoeren van willekeurige code met verhoogde rechten en mogelijk volledige compromittering van het systeem.
HPE Networking meldt niet op de hoogte te zijn van publieke exploitcode en zijn geen bevestigde gevallen van actief misbruik bekend. Het NCSC adviseert om de beveiligingsupdates voor de kritieke kwetsbaarheden met voorrang toe te passen.
Google heeft een kwetsbaarheid verholpen in de Brotli-decompressiebibliotheek. Deze bibliotheek wordt onder meer gebruikt in Node.js. Een ongeauthenticeerde kwaadwillende kan de kwetsbaarheid op afstand misbruiken door speciaal vervaardigde Brotli-gecomprimeerde gegevens te laten verwerken. Succesvol misbruik kan leiden tot een denial-of-service, toegang tot gevoelige gegevens uit het procesgeheugen of het uitvoeren van willekeurige code met de rechten van het getroffen proces.
De FreeBSD community heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in bhyve Hypervisor De kwetsbaarheden betreffen race conditions, onjuiste validatie en synchronisatieproblemen in verschillende device modellen binnen de bhyve hypervisor. Een kwaadwillende gast-virtuele machine kan deze fouten misbruiken om een denial of service te veroorzaken door het bhyve proces te laten crashen of om arbitraire code uit te voeren in de host userspace. Dit kan plaatsvinden via manipulatie van event ring size en Transfer Request Block (TRB) velden in de USB 3 device model, het triggeren van out-of-bounds geheugen toegang door onjuiste controle van zero-length Buffer Descriptor List entries in de HDA audio device model, en door het misbruiken van duplicaten, unsynchronized constanten en ontbrekende validatie van resolutieparameters in de framebuffer device model. Deze kwetsbaarheden zijn specifiek voor systemen die de bhyve hypervisor gebruiken.
Cisco heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Cisco Expressway Series. De kwetsbaarheden betreffen onder andere onvoldoende autorisatiecontroles tijdens Mobile en Remote Access provisioning, waardoor ongeauthenticeerde externe aanvallers toegang kunnen krijgen tot gevoelige informatie. Daarnaast is er een kwetsbaarheid in de databaseservice die het mogelijk maakt voor ongeauthenticeerde aanvallers met netwerktoegang om root-commando's uit te voeren via onvoldoende validatie van clientcertificaten bij TLS Verify Mode voor clustering.
Verder zijn er diverse kwetsbaarheden geïdentificeerd door interne security reviews, waaronder problemen met improper resource control, authenticatie, input validatie, SQL-injectie, access control, pathname limitation, exception handling, out-of-bounds write, reachable assertions, null pointer dereference, uncaught exceptions, code injection, incorrect permission assignments, improper link resolutions en insecure handling of temporary files. Deze kwetsbaarheden kunnen leiden tot het omzeilen van toegangscontroles, het uitvoeren van ongeautoriseerde code, het verkrijgen van root-toegang en het blootstellen van gevoelige data. De kwetsbaarheden zijn intern ontdekt en worden aangepakt met software hardening updates.
Cisco heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Snort 3, het open source intrusion detection en prevention systeem dat in diverse Cisco-producten wordt gebruikt. De kwetsbaarheden bevinden zich in verschillende componenten van de Snort 3 Detection Engine, waaronder de SMTP MIME Decoder, NetFlow Detection Engine, GRE Detection Engine, Teredo Detection Engine, VBA Decompression Engine, en de memory management. Ongeauthenticeerde remote aanvallers kunnen speciaal vervaardigde pakketten of datagrammen versturen die leiden tot onverwachte herstarts van de detectie-engine, wat resulteert in een denial of service. Daarnaast is er een kwetsbaarheid in de control channel socket die een geauthenticeerde lokale aanvaller met lage privileges in staat stelt om arbitrary commands uit te voeren en toegang te krijgen tot het geheugen van het Snort 3 proces. De kwetsbaarheden beïnvloeden de stabiliteit, betrouwbaarheid en continuïteit van netwerkverkeersinspectie en dreigingsdetectie binnen de getroffen Cisco-producten.
Oracle heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Oracle Java. In Oracle Java SE, JavaFX en GraalVM Enterprise Edition zijn diverse kwetsbaarheden aanwezig die door ongeauthenticeerde netwerkaanvallers kunnen worden misbruikt via blootgestelde API's of sandboxed Java-applicaties.
Deze kwetsbaarheden maken het mogelijk om denial of service te veroorzaken, ongeautoriseerde lees- en schrijfacties op data uit te voeren, en in sommige gevallen beperkte data toegang te verkrijgen. Exploitatie kan plaatsvinden via netwerktoegang, soms met vereiste van gebruikersinteractie, en betreft meerdere componenten zoals de compiler, networking, JAXP, JDBC, RMI, ImageIO, Lightweight HTTP Server en CORBA. Daarnaast zijn er kwetsbaarheden die leiden tot crashes of het vastlopen van systemen bij het uitvoeren van onbetrouwbare code in sandboxed omgevingen.
Oracle heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in diverse producten, waaronder Oracle SOA Suite, Oracle WebLogic Server, Oracle Data Integrator, Oracle Identity Manager, Oracle Access Manager, Oracle WebCenter Content, Oracle Fusion Middleware (inclusief Helidon) en Oracle HTTP Server. De kwetsbaarheden betreffen onder andere onveilige deserialisatie, onvoldoende authenticatie- en toegangscontroles, kwetsbaarheden in netwerkprotocollen zoals HTTP, HTTP/2, SOAP, T3, IIOP en LDAP, en fouten in cryptografische bibliotheken zoals Bouncy Castle en Jackson-databind. Aanvallers kunnen hierdoor onder meer:
- Arbitrary code execution uitvoeren via crafted input of deserialisatieprocessen.
- Volledige systeemcompromittering bereiken via netwerktoegang zonder authenticatie.
- Ongeautoriseerde toegang verkrijgen tot gevoelige of kritieke data.
- Data manipuleren, creëren, verwijderen of wijzigen zonder juiste rechten.
- Denial-of-Service veroorzaken door resource-uitputting, crashes of hangs.
- Privilege escalation uitvoeren binnen het systeem.
- Cross-site scripting en spoofing aanvallen uitvoeren.
- Kwetsbaarheden in authenticatie- en autorisatiemechanismen misbruiken.
De kwetsbaarheden zijn aanwezig in specifieke versies van de genoemde Oracle producten en sommige onderliggende open source componenten die Oracle gebruikt. Exploitatie kan plaatsvinden via netwerktoegang, vaak zonder authenticatie, en in sommige gevallen is gebruikersinteractie vereist. Diverse kwetsbaarheden hebben een CVSS score tot 10.0, wat duidt op een hoog potentieel impactniveau. Er is (nog) geen specifieke proof-of-concept-code (PoC) bekend, maar de aard van de kwetsbaarheden maakt exploitatie mogelijk via gerichte netwerkverzoeken of gemanipuleerde data en het NCSC verwacht, vanwege de wijde verspreiding van deze producten, op korte termijn een toename in scan- en misbruikverkeer.
GitLab heeft 12 kwetsbaarheden verholpen in GitLab Community Edition (CE) en Enterprise Edition (EE). Eén kwetsbaarheid is als kritiek aangemerkt.
GitLab heeft een kwetsbaarheid verholpen in GitLab Community Edition en Enterprise Edition binnen de versies vanaf 7.0 tot bepaalde 19.x releases. De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2026-110264 heeft een CVSS-score van 10,0 en betreft een integer overflow bij het compileren van een speciaal vervaardigde reguliere expressie. Onder bepaalde omstandigheden kan een niet-geauthenticeerde kwaadwillende de kwetsbaarheid op afstand misbruiken om willekeurige code op de GitLab-serveruit te voeren. De kwetsbaarheid treft GitLab-versies vanaf 7.0.
De kwetsbaarheden met kenmerk CVE-2026-15723 en CVE-2026-112212 zijn als High aangemerkt. CVE-2026-15723 kan door een geauthenticeerd aanvaller bij specifieke SAML- en LDAP-configuraties leiden tot overname van een bestaand account. CVE-2026-112212 betreft cache poisoning in OAuth/OIDC-discovery-endpoints en kan bepaalde authenticatiestromen omleiden naar een door een kwaadwillende beheerde server. De overige kwetsbaarheden kunnen onder meer leiden tot ongeautoriseerde toegang tot informatie en het omzeilen van toegangs- en beveiligingscontroles.
GitLab heeft twee detectieregels gepubliceerd waarmee beheerders van self-managed GitLab-installaties kunnen zoeken naar mogelijke exploitatiepogingen van CVE-2026-110264. GitLab meldt vooralsnog geen actief misbruik van de kwetsbaarheid.
Oracle heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Oracle JD Edwards EnterpriseOne Tools, specifiek in versies 9.2.0.0 tot en met 9.2.26.5. De kwetsbaarheden in Oracle JD Edwards EnterpriseOne Tools stellen een aanvaller in staat om via verschillende netwerkprotocollen zoals HTTP, HTTPS, SMTP zonder authenticatie of met lage privileges toegang te verkrijgen tot het systeem. Hierdoor kan een aanvaller data creëren, wijzigen of verwijderen, en in sommige gevallen volledige controle over het systeem verkrijgen. Sommige kwetsbaarheden vereisen gebruikersinteractie, andere niet. De impact betreft de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van het systeem en de data.
Oracle heeft 33 kwetsbaarheden verholpen in diverse Oracle Analytics-producten, waaronder Oracle Business Intelligence Enterprise Edition en Oracle BI Publisher. In de patchnote staan 33 kwetsbaarheden, waarvan 14 kwetsbaarheden op afstand kunnen worden misbruikt zonder dat authenticatie vereist is. Afhankelijk van de kwetsbaarheid, de getroffen productversie en de configuratie kan misbruik leiden tot ongeautoriseerde toegang tot gevoelige gegevens, het aanmaken, wijzigen of verwijderen van gegevens, verstoring van de dienstverlening of compromittering van de getroffen component. De hoogst gerapporteerde CVSS 3.1-basisscore voor Oracle Analytics bedraagt 9,1 op een schaal van 10.
Oracle heeft 110 kwetsbaarheden verholpen in diverse Oracle Communications-producten, waaronder Oracle Communications Unified Assurance, Oracle Communications Cloud Native Core Security Edge Protection Proxy, Oracle Communications Service Catalog and Design en Oracle Communications Operations Monitor. De kwetsbaarheden betreffen verschillende beveiligingsproblemen in Oracle Communications-producten, waaronder mogelijkheden voor niet-geauthenticeerde en laaggeprivilegieerde kwaadwillenden om via netwerktoegang ongeautoriseerde acties uit te voeren. De kwetsbaarheden hebben CVSS-scores variërend van laag tot kritiek, met een maximale score van 9,8. De update bevat in totaal 110 kwetsbaarheden voor Oracle Communications, waarvan 77 kwetsbaarheden op afstand zonder authenticatie kunnen worden misbruikt. Succesvol misbruik kan, afhankelijk van de specifieke kwetsbaarheid, leiden tot ongeautoriseerde toegang tot gevoelige informatie, het wijzigen van gegevens of het verstoren van de beschikbaarheid van getroffen systemen. Sommige kwetsbaarheden vereisen voorafgaande toegangsrechten of gebruikersinteractie, terwijl andere via netwerktoegang zonder authenticatie kunnen worden misbruikt.
PHP heeft twee kritieke kwetsbaarheden verholpen. De kwetsbaarheden kunnen zonder authenticatie op afstand worden misbruikt voor het uitvoeren van willekeurige code. Alle PHP-installaties die webverzoeken verwerken zijn getroffen. De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2026-109618 betreft geheugenbeschadiging bij de afhandeling van een Out-of-Memory-situatie. Hierdoor kunnen interne requestgegevens slechts gedeeltelijk worden geïnitialiseerd en tijdens de verwerking als geldige gegevens worden behandeld, wat kan leiden tot Remote Code Execution.
De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2026-109619 betreft het achterblijven van interne globale status nadat het bijbehorende geheugen is vrijgegeven. Een volgend verzoek dat door dezelfde worker wordt verwerkt, kan deze verouderde status gebruiken voordat deze opnieuw wordt geïnitialiseerd, wat eveneens kan leiden tot Remote Code Execution.
Beide kwetsbaarheden kunnen zonder authenticatie via webverzoeken worden misbruikt en kunnen leiden tot het uitvoeren van willekeurige code op de getroffen server. Het PHP-team adviseert alle gebruikers dringend om onmiddellijk te updaten. Het NCSC adviseert daarom de beveiligingsupdates met spoed toe te passen.